
DAG 1 : Op een veel te vroeg uur moesten we op de luchhaven van Brussel zijn,
voor een korte vlucht naar Ajaccio in het westen van Corsica. We duiken direct in het stadje om
de lokale sfeer even op te snuiven. Marktdrukte, verkeerschaos veroorzaakt door een klemgereden
vrachtwagen, fris pintje op een terras, en heel veel zon. De vakantie kan slechter beginnen...
We nemen de bus naar Bevalla (col de Bavella, 1218 m), waar we overnachten in een gite.
DAG 2 : De dag erop gaan we omhoog naar 1700m, langs de
imposante "Aiguilles de Bevalla" (foto links). Aan de andere kant dalen we af naar de rivier
de Asinao (1300m). De gids raakt even de weg kwijt, zodat we in de broeiende hitte wat extra
hoogtemeters vermalen en wat moeten bekomen in de schadow (foto hieronder), maar dat mag de pret
niet drukken. Daarna gaat het terug omhoog naar de refuge Asinao, waar we zelf koken en overnachten.

DAG 3 : Een pittige klim brengt ons naar de top van de Incudine (2134m), met
een prachtig uitzicht over zuidwest Corsica, Porto-Vecchio en Solenzara. Een lange afdaling leidt
ons door de weiden en bossen tot de Casimentellorivier die we via een hangbrug
oversteken (foto rechts).
DAG 4 : Achter de gite stijgt het pad flink doorheen het woud en kronkelt verder langs de Punta di Moratello en via de Crete du Miratoju (1500m) naar de Bocca di l'Usciolu (1800m). We overnachten in de gelijknamige refuge.
DAG 5 : Na een goede nachtrust zijn we vroeg terug op pad. De Crete d'Aqua d'Accelli is een eerste kuitenbijter en brengt ons verder langs de Monte Formicola (1981m), Van hieruit daalt het pad. We blijven de kam met zijn adembenemende uitzichten volgen tot de col de Laparo (1525m). Vanaf de Punta della Cappella vervolgen wij onze weg tot de Refuge de Prati. Bij helder zeer kunnen ze onderweg de zee zien liggen. Ze verlaten tenslotte de kam om af te dalen naar de col de Verde (1289m) waar we te gast zijn in een gezellige gite.
DAG 6 : Daar is hij dan eindelijk : de GR20 ! Hij wijst ons de weg bergopwaarts tot de rivier Marmano (1390m). Een scherpe bocht en een stevige korte beklimming brengt ons tot een wegsplitsing (1590m). Vanaf hier volgt het pad de hoogtelijnen, we kruisen klaterende bergriviertjes en links van ons leiden de berghellingen tot de top van de Monte Renoso. Wij blijven echter ons pad trouw dat ons via een lange afdaling (1344m) en een korte klim tot Capannella (1586m) zal brengen, waar we overnachten. We pikken nog snel even de top van de Monte Renoso (2352m) mee, met een prachtig uitzicht over zuidelijk Corsica en het massief van de monte d'Oro.
DAG 7 : Een beestendag. Het is bloedheet, om 10 uur is het kwik al boven de 30 graden. We wandelen langs de Bergerie d'Alzeta en de col de Palmente (1700m) om vervolgens door de onvolprezen beukenzouden af te dalen tot in Vizzavona (950m). Daarna klimmen we langs de Cascades des Anglais over een zuidhelling naar de Punta Muratello (2000m). Na dertien uur stappen komen we na een lange afdaling bij het schemer aan in de refuge l'Onda (1430m), waar we uitgeput neerzijgen.
DAG 8 : We dalen rustig af naar het pittoreske dorpje Vivario, waar we de trein moeten nemen tot in Poggio di Venaco. Iets te rustig, zo blijkt... we hebben de treinsporen nog maar net in zicht als we het geluid horen van een treintje. Het station waar we moeten opstappen is eigenlijk geen echte halte, en de trein stopt er niet als er niemand staat. En we staan er dus niet. In een waanzinnige sprint storten we ons van de bergflank, in de hoop dat ze ons zien. Helaas, we horen de motor van de trein terug accellereren als we nog maar enkele honderden meters van de stopplaats zijn... en dan plots toch stoppen. Frank heeft zich de zolen onder de bergschoenen uitgelopen en kon nog net wuiven naar de machinist voor die de volgende bocht omging. Driewerf hoera voor Frank !!! We proppen ons nog bij in de trein, en spenderen een rustige nacht in gite in Poggio di Venaco.
DAG 9 : Een rustdag. We nemen de trein naar Corte, de universiteitsstad
van Corte. We absorberen wat cultuur, en genieten van een mooie dag. Er woeden bosbranden
rond de stad, zodat we de hele dag vlagen rook over ons krijgen, en de blusvliegtuigen vliegen
af en aan (foto links). De voorgaande dagen waren we ook al enkele branden tegengekomen (foto's
onder), gelukkig nooit dicht genoeg om een probleem te vormen.
![]() | ![]() |
DAG 10 : Genoeg gerust, opnieuw actie. We trekken opnieuw het berglandschap van de Tavignano in. Een mooie wandeling brengt ons tot een hangbrug over de Tivagnano. Het smalle pad loopt hoog boven de kolkende rivier beneden en leidt ons doorheen een betoverend landschap tot de refuge de la Sega (1166m). We verlaten de Tavignano en klimmen uit de vallei naar de Bergerie de Boniacce vanwaar wij het verloop van de volgende 2 dagen van onze tocht, en het massief van de monte Cinto kunnen overschouwen. Vervelende klim, trouwens. Elke keer dat je denkt dat je de top gehaald hebt, blijkt dat wat je zag niet de top maar de bovenkant van een plateautje was, en dat er nog een helling achter zit. We dalen af naar het meer van Calacuccia en overnachten in de gite van Calacuccia.
DAG 11 : We trekken de helling van de monte Cinto op en banen ons een weg door het wild woekerende maquis. Een laatste klim leidt ons naar refuge de Ercu (1667m), waar we de nacht op een sobere manier doorbrengen. Zelfs koken, water aanhalen, en er is geen WC te bespeuren, dus moeten we "als de echten" het struikgewas intrekken.
DAG 12 : De sterren en steenmannetjes wijzen ons de weg naar de hoogste top
van Corsica : de Monte Cinto (2706m). Onderweg zien we de zon opkomen boven het prachtige
Corsica. Onderweg neemt iedereen een beetje een andere weg, maar zolang je blijft stijgen kom
je wel aan de top. Daar genieten we allen samen nog eens van het adembenemende zicht op de
Corsicaanse groene bergkammen, en de verre zee (foto rechts). We dalen af via het Lac de Monte Cinto terug
naar de refuge de Ercu. Met een aantal mensen vliegen we er eens flink in voor een portie
"bergrennen" en komen in een supertijd terug naar beneden. Nadat de anderen eindelijk ook aan
de refuge zijn aangekomen beginnen we aan de lange (en ietwat saaie) afdaling
naar Calacuccia, waar we overnachten.
DAG 13 : Vanaf Calacuccia trekken ze westwaarts door het maquis en
dennenbos langs oude muilezelpaden naar de col de Verghio (1477m) en dan naar het plaatsje Evisa
dat opgeven is door kastanjebossen.
DAG 14 : Afdaling in de werkelijk adembenemend mooie défilé de la Spelunca, over
enkele historisch merkwaardige bruggen naar het stadje Ota (foto links). We overnachten hier in een gite, maar
we laten eerst onze rugzak achter om een uurtje verder even naar de stad Porto te gaan voor wat
siteseeing, en om wat te zwemmen in de zee in de mooie baai.
DAG 15 : The end, unfortunately. Met de bus gaan we over Porto naar Ajaccio vanwaar we terug naar huis vliegen.

